Ecuador: de Quilotoa loop is een hike die je nooit vergeet


De ‘Quilotoa loop’ is een trail in Ecuador die via verschillende dorpjes naar de Quilotoa krater loopt. Vanaf het dorpje Chugchilan ga ik een hike maken naar het 11 kilometer bergopwaarts gelegen Quilotoa. Chugchilan ligt op circa 2800 meter hoogte en Quilotoa op 3900 meter, een hoogteverschil van circa 1100 meter. Dit keer ben ik in gezelschap van tien Unitas studenten uit Utrecht. En de jongens zijn fit……


Uitzicht op de canyon vanaf Chugchilan

Ze hebben er zin in en ik ook. We zijn opgestaan met een blauwe hemel, een straf windje en een stevig ontbijt. Vanaf het hostel kijken we uit op de steile wand van de canyon. Er gaan twee gidsen met ons mee. Ik heb mijn dagbepakking en filmapparatuur op mijn rug en ben vol goede moed.


De eerste twee kilometer


De eerste twee kilometer gaan perfect. Om te filmen moet ik af en toe een sprintje trekken om de jongens voor te zijn of om ze juist weer in te kunnen halen. Het levert me mooie beelden op van stoere mannen, gespierde benen en stoffige bergschoenen. In de canyon zien we blauwe bloemen, groene velden en bruine bergwanden. Angel, onze gids, wijst naar boven: “We go all the way up”. Ik kijk omhoog en bedenk dat dat een uitdaging is. De wand is stijl en ik zie een smal, stenig pad dat zigzaggend naar boven loopt.


"Ik voel mijn benen trillen; dit ga ik niet zes uur volhouden. Ik hou de achterhoede dicht en probeer te genieten van het uitzicht op de canyon."

Zodra we het smalle pad omhoog gaan, merk ik het effect van ijle lucht. Mijn hartslag gaat rap omhoog en het voelt alsof mijn longinhoud is gehalveerd. De Unitas jongens lopen stug door, hoewel het ook voor hen geen makkie is. Halverwege het pad sta ik stil om op adem te komen. Ik voel mijn benen trillen; dit ga ik niet zes uur volhouden. Ik hou de achterhoede dicht en probeer te genieten van het uitzicht op de canyon. Angel wijst naar de andere kant van de canyon: “Overthere is our hostel!” Ik verbaas me over de afstand die we al hebben afgelegd en dat geeft me moed.


Het is nog geen 16 graden Celsius maar ik voel de zweetdruppels langs me afglijden. Zo nu en dan stopt de gids en kan ik weer even aanhaken. Ik herstel vrij snel tijdens de korte rustpauzes zodat ik verder kan. Na anderhalf uur komt de top in zicht; Angel vertelt dat het steilste deel er op zit. We komen aan in een dorpje waar de weg horizontaal loopt en waar we extra water kunnen inslaan in een kleine kiosk. Maar we zijn er nog niet.

"Dit wilde ik toch?"

We verlaten het dorp en het pad gaat weer omhoog. We lopen door grasvelden met schapen, over rotspaden waar je goed moet kijken waar je loopt en zo nu en doen komen tanige inheemse vrouwen in bont gekleurde kleding ons tegemoet. Ik doe mijn best om niet te ver achter te blijven maar mijn longen protesteren bij elke stap die ik zet. Elke twintig meter moet ik op adem komen. Ik voel me een watje maar praat mezelf moed in: “let’s do this”. Dit wilde ik toch?




Op 3500 meter


Na ruim drie uur lopen zijn we halverwege beklimming twee. De lunchpakketjes mogen open. Het flesje mierzoete citrus punch waar ik normaal gesproken geen slok van zou drinken, gaat grif naar binnen. En ook met de Oreo koekjes, de peer en het broodje ei heb ik geen probleem. De rustpauze kan me niet lang genoeg duren. De meerderheid van de groep Unitas studenten is echter niet te stoppen dus gaan we verder. Inmiddels zitten we op circa 3500 meter.


Op mijn laatste krachten loop ik omhoog. Af en toe wankel ik op mijn benen door de harde wind, hoewel mijn vermoeide spieren daar ook debet aan zijn. Dan kom ik eindelijk boven aan. Ik zie de Unitas groep achter een houten hutje zitten dat hen beschut tegen de rukwinden. Ze hebben lol en ondanks wat rood bezwete hoofden, zien ze er uit alsof ze nog wel verder kunnen. Diep respect voor deze gasten.


Quilotoa kratermeer


Ik ben zo blij dat ik zit, dat ik bijna vergeet om bij het Quilotoa kratermeer te gaan kijken. De wind blaast de tranen uit mijn ogen maar weerhoudt me niet om te genieten van de schoonheid van het azuurblauwe meer dat in de diepte ligt. Ik bedenk me dat dit wel behoorlijk uit mijn comfortzone ligt, maar dat ik het toch maar mooi gedaan heb.

"Who wants to go up?"

Totdat de gids ons weer aanspoort: “who wants to go up?” en hij wijst naar een nog veel steiler pad dat over de rim van het kratermeer ligt. Geen haar op mijn hoofd, no way, ik twijfel er niet eens over. Ik dacht dat we er waren. De helft van de Unitas groep springt echter enthousiast op; de andere helft zie ik bedenkelijk kijken. Angel vertelt dat er ook een andere, “easy” route langs de flanken van de berg loopt. Maar groepsdruk is sterker dan vermoeide spieren, dus de hele Unitas groep kiest voor de hard way. Ik niet.


Tranen


Ik heb het gehad, maar kan niet terug en ik kan ook niet blijven zitten. Dus moet ik samen met Angel het pad op. De “easy” route is niet easy. Het pad is half vergaan en ik loop over zand en stenen waar mijn voeten op wegschuiven en waar ik me moet vasthouden aan helmgras om niet te vallen. Ik ga steeds langzamer. Ik durf de diepte niet in te kijken en als we even stoppen, trek ik het niet meer. Rustig ademhalen lukt niet. Ik zit er helemaal doorheen en dan komen de tranen.

"Deze. hike. doe. ik. nooit. meer."

Angel praat op me in en vertelt over een hike die zelfs voor hem te zwaar was: “once in a lifetime”. Ik drink het restje van mijn overgebleven water op en Angel neemt mijn rugzak over. Wederom bedenk ik dat ik verder moet. Omdat het niet anders kan, herpak ik mezelf. Ik waggel achter Angel aan. Omhoog, omlaag, totdat we na twintig minuten eindelijk op een vlak pad komen. Ik zie het dorp Quilotoa in de verte liggen. Ik pak mijn rugzak weer over van Angel en trotseer het laatste stuk. Deze hike doe ik nooit meer.


Twee Unitas jongens staan ons op te wachten en nemen ons mee naar het restaurantje waar de rest zit. Ik bestel een biertje. “A small or a big one?” vraagt de serveerster. Daar hoef ik niet lang over na te denken……


Filmpje zien van deze tocht?





De hele ‘quilotoa loop’ in vier dagen doen?

Dag 1: Neem de bus van Latacunga naar Sigchos (2 hours) 

Dag 2: Wandel voornamelijk bergopwaarts van Sighhos naar Isinlivi (4 uur)

Dag 3: Vanaf Isinlivi de rivier over, via een steile klim en een geasfalteerd pad naar Chugchilan (4 tot 6 uur)

Day 4: Eerst bergafwaarts de vallei in. Daarna berg op en via een dorpje en wat zigzagroutes naar het Quilotoa kratermeer (5-6 uur). Eindig met een hike over de rim van de krater om aan te komen in Quilotoa. Vanaf Quilotoa kun je met de bus terug naar Latacunga.

Het wordt aangeraden de loop samen met een gids te doen. Hoewel hostels op de route uitgebreide routebeschrijvingen aanbieden, is de route niet altijd duidelijk en de kans op verdwalen vrij groot. Op de route liggen mooie hostels en cabana’s waar je kunt overnachten.


Ik heb zelf geslapen in het Cloud Forest Hostal in Chugchilan. Een eenvoudig hostel waar je samen met andere gasten eet. Lekkere hangmatten op de veranda. In Isinlivi heb ik geslapen in het Llullu Lama Hostal. Een zeer comfortabel Hostal van een Nederlandse eigenaresse met een prachtig uitzicht. Het interieur met veel hout doet bijna Oostenrijks aan. En vergeet vooral niet gebruik te maken van de jacuzzi.....

About Me

Ik ben Marijke Steenbergen. Bouwjaar ‘66, woonplaats Lunteren, getrouwd en moeder van twee grote zonen. Check.

 

Read More

 

Op de hoogte blijven van nieuwe blogs? Vul je e-mail in
  • White Facebook Icon

© 2019 by Ma Reist Verder, Nederland. Proudly created with Wix.com